Van voor 1200 weten we bijzonder weinig. Achtmaal heeft waarschijnlijk behoord tot de parochie Zundert-Nassau en bestond voornamelijk uit bossen, heiden en zandvlakten. Ontginningen werden gestimuleerd door de paters van Tongerlo welke Norbertijnen waren.

Pas na 1200 krijgen we wat meer zicht op de geschiedenis. In 1157 is er voor het eerst sprake van Zundert. In dat jaar bekrachtigt de bisschop van Luik een schenking aan Arnulphus van Brabant aan de abdij van Tongerlo.

Over het ontstaan van de naam achtmaal circuleren verschillende verhalen.

*De eerste theorie beweerd dat de naam Achtmaal in 2 delen kan worden gesplitst. “Acht” wat betekende: ban of rechtsmacht, verbanning of vervolging. En “Maal”wat dan zou betekenen: rechtsgebied, gerechtsplaats.Dus de naam zou dan betrekking hebben op rechtspreken, de rechtspraak.

*De tweede theorie beweerd dat Achtmaal oorspronkelijk “Dachmael” zou zijn geweest, een stuk grond dat in 1 dag gemaaid kan worden.

We worden er niet veel wijzer van, maar weten toch iets meer dan het gemeentebestuur in 1858, dat aan de commissaris des konings moest toegeven dat het niet wist hoe de naam Achtmaal kon worden verklaard.

In het jaar 1720 telde volgens een kohier het belastinggebied Achtmaal 78 huisgezinnen, bijna 400 mensen.

In 1820 staan er in Achtmaal al 69 huizen, een zeer verspreide bewoning. De beroepen die toen werden uitgeoefend waren: 37 bouwmannen, 30 knechten, 25 arbeiders, 27 meiden, 2 rietdekkers, 2 bierbrouwers, 2 mandenmakers, 1 metselaar en 1 kleermaker. Om de dorst te lessen waren er in die tijd 3 herbergen. De herbergier combineerde dit beroep altijd met een ander beroep.

In 1841 was het inwoneraantal gegroeid naar 699.

In 1862 telde Achtmaal 134  huisgezinnen met in totaal 800 bewoners.

De bewoners van Achtmaal waren voor het kerkbezoek en andere kerkelijke aangelegenheden aangewezen op Zundert. Langzamerhand kwam er een dorpskom waardoor de gemeenschap het verlangen kreeg om een eigen kerk in hun midden te bouwen wat logisch was als we denken aan de lange afstanden die men moest afleggen over slechte wegen zonder vervoer als fiets of auto. De bisschop van Breda, mgr van Hooijdonk, was ook wel een voorstander van een oprichting van een zelfstandige parochie. Vanuit

Zundert kwam er echter nogal wat verzet. Door Achtmaal tot een eigen parochie te maken, zou het aantal parochianen verminderen en daardoor ook het inkomen van de parochie Zundert. De bisschop wachtte tot de pastoor van Zundert was overleden om zijn plannen uit te voeren. Ook speelde hier tegelijkertijd mee dat binnen niet al te lange tijd een nieuwe openbare school in Achtmaal zou worden gevestigd. De bisschop wees erop dat het goed zou zijn dat de school en kerk zo dicht mogelijk bij elkaar zouden worden geplaatst. Als grote stimulator moet kapelaan de Bakker genoemd worden, die per 1 oktober 1862 tot eerste pastoor van Achtmaal werd benoemd, echter nog zonder kerk en pastorie. Op 8 oktober 1862 werd het noodkerkje, dat was ingericht in de schuur van Jan Tilborgs, ingezegend. P Oostvogels had deze schuur toen der tijd in huur. Op 9 oktober vond de eerste mis plaats. Bijna een jaar later, op 15 september 1863, werd de nieuwe kerk ingezegend. Deze werd gebouwd op een perceel mastbos welke geschonken werd door een Antwerpse koopman J vd Berg.  De pastoor had tijdelijk inwoning gehad bij Jan Mandenmakers. De uitgestrekte tuin kreeg de pastoor in bezit door ruil van eigen grond, waarop jaren lang de molen heeft gestaan. De aanleg van de regelmatiger dorpsstraat maakte hij mogelijk door ruil en koop van verschillende percelen. Pastoor de Bakker is vooral bekend gebleven vanwege zijn strijd met de gemeente. Hij vond dat Zundert weinig deed voor Achtmaal, in het bijzonder voor de wegen. Hij heeft niet meer mogen meemaken dat de keiweg Zundert – Achtmaal - Nieuwmoer werd aangelegd in 1894.

De school startte op 1 november 1862 en werd eveneens tijdelijk ondergebracht bij Jan Tilborgs. Een half jaar daarna kon begonnen worden met de bouw van de definitieve school, te weten 1 enkel lokaal. Bij de school werd een onderwijzerswoning gebouwd. In 1873 wordt de school door 93 jongens en meisjes bezocht. Dit zijn lang niet alle leerplichtige kinderen. Het schoolgaan was toen veel vrijblijvender dan nu. Pas van 1900 geldt de leerplicht. Petrus Verheugt uit Alphen werd in 1873 benoemd tot hoofd van de school. Hoe de onderwijzer zoveel leerlingen in toom kon houden en bovendien ook nog iets kon leren moet een wonder genoemd worden. Pas in 1885 komt er een hulponderwijzer bij. Tussen 1887 en 1891 wordt de school uitgebreid met 2 lokalen.  

In 1910 werd aansluiting op het telefoonnet wenselijk geacht door enige inwoners van Achtmaal. De gemeenteraad vond echter de belangen van Achtmaal zo gering dat er alleen een telefoonaansluiting komt met de gemeente. Achtmaal moet tot 1922 wachten op een telefooncel.

Tussen 1912 – 1923 werd de openbare lagere school overgedragen aan het kerkbestuur.

In 1921 nam een hevige storm het halve dak van de kerk en de pastorie mee.

In 1925 kon de praktisch nieuwe kerk, het nieuwe priesterkoor, de 2 sacristieën, de vernieuwing van dak en de toren en de nieuwe kruisweg worden geconsacreerd.

In 1926 werd Achtmaal aangesloten op ‘den electriek’. Er komen 70 aansluitingen waaronder de kerk, de school en de pastorie van het lichtnet voorzien worden.

In 1930 werd een nieuwe pastorie gebouwd. Tevens begon men aan de bouw van een parochiehuis. Deze werd vooral ten behoeve van de landbouw - organisaties gebruikt welke ten zeerste het eigen parochie leven bevordert. Het parochiehuis was gebouwd van materialen van de pastorie en werd feestelijk in gebruik genomen op 23 november 1930.

Het 75 jarig bestaan van de parochie werd in 1937 op grootste wijze gevierd. Bij gebrek aan een harmonie moest die uit Schijf komen opdraven om kleur en klank te geven aan de festiviteiten. Het gevolg hiervan was dat Achtmaal dit op zijn fatsoen trok en heel spoedig een eigen harmonie had welke vandaag ten dag nog steeds bestaat, namelijk fanfare Sint Martinus.

De naoorlogse jaren werden besteed aan het herstel van de gebouwen. In 1953 werd Rina Dockx als 10.000ste inwoner vd gemeente Zundert verwelkomd. Zij werd geboren en gedoopt te Achtmaal.

1951 was het jaar dat Achtmaal gebruik kon maken van de waterleiding. Het was hard nodig want 70 tot 80% van het drinkwater was ondeugdelijk. Zorgwekkend was toen het hoge loodgehalte, dat tot loodvergiftiging kon leiden. Nog lang is gestookt op petroleum en butagas. De gemeente Zundert was de 100ste gemeente die zich aansloot op het mijngas. We tellen dan het jaar 1957. Voor Achtmaal kwam het gas pas op 10 mei 1961 waarbij 160 percelen aangesloten werden.

December 1959 werd het Wit Gele Kruis gebouw in gebruik genomen, een bijzonde goede voorziening voor het lichamelijk welzijn van jong en oud in Achtmaal.

In 1962 werd het honderdjarige bestaan van de parochie op grootste wijze gevierd. ’s Morgens was er een plechtige eucharistieviering waarbij de mensen niet allemaal in de kerk konden! ’s Middags vond een groots defilé plaats van 18 verenigingen met fanfare, voetbalvereniging, luchtbuksvereniging en gidsen. De dag werd afgesloten met een receptie en toneel en operette voor de schooljeugd. Tot slot volgde een groots vuurwerk!